Van Meester Ivenschool naar kindcentrum de Dompelaar
2015 Nieuwe naam: kindcentrum de Dompelaar!


We hebben het schooljaar feestelijk geopend! De Meester Ivenschool, peuterspeelzaal de Elsenrakkertjes, buitenschoolse en tussenschoolse opvang heten vanaf nu: kindcentrum De Dompelaar. De heer en mevrouw Donkers- Iven waren aanwezig als speciale gast, omdat de Meester Ivenschool zijn naam te danken heeft aan hoofdonderwijzer meester Iven. Daarnaast heeft juffrouw Iven ook lang les gegeven op de Meester Ivenschool. Meester Iven zal altijd in onze herinnering blijven want zijn portret hangt bij de ingang van het kindcentrum. Twan Donkers en wethouder Jan Bevers hebben samen de vlag gehesen met de nieuwe naam. Twan heeft uitgelegd wat de betekenis is van de naam die zijn vader in oktober 2006 bedacht heeft toen de multifunctionele accommodatie in gebruik is genomen met de volgende woorden:
 
DE DOMPELAAR

Het terrein waar het gebouw staat hoorde vroeger bij de  "DOMPT" .

Een "LAAR" is een plein. Een "LAAR" is een ontmoetingsplek met een dak, waaronder straks veel belangrijke voorzieningen van ons dorp zijn ondergebracht (ondergedompeld) .

De eerste bewoners van het eerste huis in Elsendorp in 1891 ( de Gemertse Peel) waren:
Dorus en Sien van de Laar, bijgenaamd "Dorus en Sien Domp".

In de geschiedenis van Elsendorp kom je heel vaak bij vele maatschappelijke functies de naam Van de Laar tegen.

In 2006 heeft ons pap deze naam bedacht, en nu gaat onze school, de peuterspeelzaal, de tussenschoolse en de buitenschoolse opvang ook zo genoemd worden.


Daarna is elk kind ondergedompeld in de ballenbak waarna we gestart zijn in de groepen. Als kindcentrum hebben we de volgende visie:
Beleef kindcentrum De Dompelaar: veiligheid, transparantie, professionaliteit, ontwikkeling en plezier. Breed in aanbod voor elk kind, "samen anders"!



Wilt u een indruk van ons kindcentrum krijgen? Kijk dan naar de libdub (deze is gemaakt tijdens het afscheid van voormalig directeur Piet Willems).


Geschiedenis van de Mr.Ivenschool

Een van de grote moeilijkheden, waarmee de eerste bewoners van de Peel te maken kregen, was de lange weg naar school, die de kinderen dagelijks moesten lopen. In de herfst en winter moesten zij 's morgens in het donker weg en 's avonds kwamen zij in de donker terug.

De familie Oskam besloot hun kinderen huisonderwijs te doen geven. Daarna stelde de heer Groskamp de woonkamer van zijn zomerverblijf op de Vossenberg beschikbaar als klaslokaal. Juffrouw Roorda gaf hier les en was in de kost bij de familie Oskam. Het was een openbare school, die spoedig verhuisde naar "De Zeeden", een uit twee directieketen samengestelde arbeiderswoning op het landgoed. Het werd geschikt gemaakt voor het geven van onderwijs en in 1919 in gebruik genomen.

Op 16 maart 1922 werd als hoofd van deze eenmansschool benoemd Lambertus de Groot uit Utrecht. Voorlopig ging hij in de kost bij de familie Bouman, maar in augustus 1922 trad hij in het huwelijk met Elisabeth G.Schaapveld en mocht hij zich vestigen in het landhuis van de familie Groskamp, tot hij in 1926 een woning vond in Gemert.

Intussen maakten de kinderen uit Elsendorp nog steeds de lange weg naar Handel of Oploo. In 1925 kon de openbare school van de Vossenberg naar Elsendorp verplaatst worden, waar de heer Lambrechts grond voor de bouw ervan verkocht. Deze school bestond uit twee klaslokalen. Als tweede leerkracht werd aangesteld Juffrouw Das, die na enige jaren werd opgevolgd door Juffrouw M.de Rijt uit Gemert. Inmiddels was reeds in 1927 een lokaal aangebouwd. Als derde leerkracht werd genoemd meester Derks, wonende in De Mortel. Dominee Kuipers en rector Busscher verzorgden de godsdienstlessen.

In 1937 werd op aandringen van Rector Busscher de school omgezet in een bijzondere school. De openbare school ging terug naar De Vossenberg, waar het verenigingslokaal achter de kerk voor de kinderen werd vrijgemaakt. Meester de Groot bleef bij zijn school.
Tot hoofd van de bijzondere school in Elsendorp werd aangesteld de heer W. Iven. Al spoedig was het schoolgebouw te klein, maar in de oorlogsjaren was er geen mogelijkheid om uit te breiden. De eerste klas vond een onderkomen in het klooster.

In 1951 werd er een klaslokaal aangebouwd, maar na de aanleg van de Middenpeelweg in 1956, bleek de school buiten de inmiddels gegroeide kern van Elsendorp te liggen. Het aantal kinderen bleef toenemen.

In 1962 werd een aanvraag ingediend voor een nieuwe school maar noch uitbreiding noch nieuwbouw waren te verwezenlijken. Er werden noodoplossingen gevonden. Een klas werd gehuisvest in een houten noodlokaal. Een andere in de oude kerk. Nadat de kerk afbrandde werd de hal van het Wit-Gele-kruisgebouw als klaslokaal gebruikt. Na enige tijd verhuisde deze klas naar de garage van de heer Van Gulick.

In 1972 kwam er een einde aan de periode van noodoplossingen. Op 10 november 1972 werd de nieuwe zesklassige basisschool in gebruik genomen, rustig gelegen aan de rand van de dorpskern. Zij ligt aan de De Grootstraat, genoemd naar meester de Groot, die in de oorlog wegens verzet werd opgepakt en in Neuengamme stierf.
De Elsendorpers gaven de school de naam Meester Ivenschool om die andere pionier van het onderwijs, Meester Iven, te eren.

Na verloop van tijd werd het gebouw te oud en werd een nieuw gebouw opgericht. In dit gebouw zou naast peuterspeelzaal De Elsenrakkertjes, het buurthuis, de gymzaal, het bibliotheekpunt en de naschoolse opvang, ook de Meester Ivenschool een plek krijgen. Dit gebouw is geopend op 9 oktober 2006.

Vanaf 31 augustus 2015 is de naam veranderd van de de Meester Ivenschool, peuterspeelzaal de Elsenrakkertjes, de buitenschoolse en tussenschoolse opvang in kindcentrum "de Dompelaar".

Bron: Het gouden dorp van Sjang Hoeymakers



Heilig Hartschool aan de Elsendorpseweg.


Oude H.Hartschool.


Schooltje op de Vossenberg.


Meester Iven, zittend in het midden.


Meester Ivenschool van 1972 tot 2006.


Meester  Ivenschool van 1972 tot 2006.


Meester Ivenschool van 2006 tot heden.

Een oud-leerling is verteller, en het volgende verhaal schreef hij over onze school.

Mijn meester vertelde.
Auteur: Bram van der Wurff

Een verteller wil vertellen. Een verteller beschikt over een beeldend en emotioneel geheugen. Een verteller koestert als sprankeltjes de taal waarin hij zijn huilen, vrijen, vloeken, genieten en nog meer van zo wat heeft leren verwoorden. Een verteller geniet van het schouwspel dat hij telkens opnieuw vertellen gaat. Een verteller schouwt zijn verhaal op het moment. Hij laat het verhaal heel, maar herschikt de rolverdeling ten behoeve van het moment. Een verteller vertolkt alleen zijn eigen verhaal, daarom verliest een verteller zijn beroep als hij anderen hoe dan ook nazegt. Een succesvol verteller vertelt een verhaal waarin zijn publiek past.

Mijn hoofdonderwijzer heette Willem Iven.
Hij is mijn voorbeeld als verteller. Ik pas nog dagelijks in mijn vak als verteller zeker drie dingen toe die ik van hem heb geleerd. Als eerste probeer ik bestaande gebeurtenissen in een verhaal zo te verdoezelen zonder dat ik daarbij hoef te liegen. Met al mijn zintuigen verblijf ik in een verhaal, al vertel ik daar niet over, maar als jij mij midden in het verhaal zou stoppen en mij bijvoorbeeld zou vragen wat voor een weer het is, kan ik jou dat zeggen. Het derde dat ik heb geleerd, is eindeloos aan een verhaal te blijven sleutelen. Maar kom, ik wil jou mijn meester voorstellen. 

Hij sjokte een beetje
Hij zag er voor mij in het begin gevaarlijk uit. Hij had een groot hoofd. Hij droeg een bril met een zwaar en zwart montuur. Hij had zijn 'lange' zwarte haren achterover gekamd. Hij kon brullen als een stier in nood. In de kerk zong en bad hij altijd vanuit het koor veel te hard mee. Hij sjokte een beetje. Het kruis van zijn broek hing dikwijls te laag. Hij wist dat juist de kleintjes op school het bangst voor hem waren. Daarom kwam hij aan het begin van het schooljaar met zijn Solex naar school en alle eersteklassers mochten bij hem achterop. Hij scheurde dan met zo'n bang wezentje op de bagagedrager een rondje over de speelplaats. Eén keer reed hij zelfs de school binnen. Ik weet dat nog zo goed omdat ik toen bij hem achterop zat.

Woorden in bruikleen
Het zou nog vijf jaar duren voordat ik hem als leraar kreeg. Hoe mijn vijfde en zesde klas bij hem precies verliepen, weet ik niet meer zo goed. Wat ik wél heb onthouden is zijn vertelkunst. Van zijn verhalen ben ik de tekst kwijt. Maar de beelden kan ik nu, zelfs na 29 jaar, nog steeds voor de geest halen en pas dan komen er weer woorden. Woorden die inmiddels van mij zijn. Iven gaf zijn woorden in bruikleen, met de bedoeling dat wij er onze eigen weg mee zouden inslaan. Zelfs als hij les gaf, vertelde hij. Hij kon me rekenen leren, vooral de redactiesommen, omdat hij met zijn vertellen de sommen liet leven. Als de ramen vanwege de hitte openstonden en hij behandelde de poolgebieden dan zat je te blauwbekken in je bank. Hij nam je aan zijn hand mee door de gangen van een mol. Daarom hoorde ik later bijvoorbeeld bij het lezen van Bomans' "Erik, of Het kleine insektenboek" zijn en niet Bomans' karakteristieke stem. Ondanks zijn wisselende en soms ongenaakbare humeur werd zijn vertelkunst voor mij een gids bij het lezen en later een leidraad bij het vertellen.

Zijn geheim
Op een keer, ik zat toen in de zesde klas, vroeg ik aan Iven waar hij zijn verhalen vandaan haalde. Hij liep daarop naar een glazen wandkast en schoof de enige deur, waar een gordijntje voor hing, open. Hij pakte een boek, waarvan ik de titel pas later, toen ik het bij een antiquariaat kocht, weer herkende. Ik mocht het meenemen. Op weg naar huis had ik een waas voor mijn ogen: ik had nu zijn geheim in mijn bezit. Ik zou, als ik het boek had gelezen, ook kunnen vertellen. Het was "Mijn steen van Rosetta". Ik las. Lezen buiten school om was toen voor mij iets onbekends omdat we geen boeken hadden. Niemand uit onze klas, in dat dorpje van nauwelijks duizend inwoners, had boeken thuis. Een bibliotheek was er toen niet. Ik bladerde en ik las fragmenten, maar nergens herkende ik de verhalen die ik had gehoord. O jawel, de verhalen leken wel, maar meester Iven maakte er andere verhalen van.

Teleurstelling
Na een week,toen ik het boek terug bracht, vertelde ik mijn teleurstelling. Hij reageerde nors. Ik had het gevoel alsof ik weer dat bange jongetje achterop de Solex was. Een maand later, geloof ik, kreeg ik van hem tijdens de les verplicht stillezen het boek "Dode lente" van Rachel Carson. Iedereen mocht een uurtje in de "Kinderen van 1813" van An Rutgers van der Loeff-Basenau, 
het eerste kinderboek dat we ooit zonder bruine kaft onder ogen kregen, lezen. Ik moest van hem twee weken op een rij in "Dode lente" lezen. Populair wetenschappelijke literatuur van één van de wonderlijkste vrouwen die ik ken. Zij was het die voor het eerst vanuit een wetenschappelijke visie het gebruik van synthetisch-organische verdelgers scherp aan de kaak stelde. Voor mij werd dit mijn eerste echte lesboek in de vertelkunst.

Dode lente
"Er heerste een merkwaardige doodse stilte. De vogels bijvoorbeeld, waar waren ze gebleven? Velen spraken erover, onbegrijpend en verontrust. De voedertafels in de achtertuinen bleven onbezocht. De weinige vogels die nog gezien werden, zieltoogden; zij trilden over hun lijven en konden niet vliegen. Het was een lente zonder lentestemmen. De morgens, die eens vervuld waren van het gezang en geroep van roodborstjes, spotlijsters, duiven, Vlaamse gaaien, winterkoninkjes en tal van andere vogels waren nu dood; geen geluid klonk over de velden en bossen en heiden. Op de boerderijen broedden de kippen wel, maar geen kuikens werden geboren. De boeren klaagden dat ze geen varkens meer konden fokken; de worpen waren klein en de jongen leefden slechts enkele dagen. De appelbomen bloeiden wel, maar geen bijen gonsden om de bloesem, zodat er geen bevruchting plaats vond en er dus geen vruchten zouden komen. De bermen van de weg, die eens pronkten van schoonheid, waren thans begroeid met bruine en half vergane planten, alsof er een vuur had gewoed. Ook de wegen lagen stil en verlaten, alsof geen levende wezens ze meer wilden betreden. Zelfs de beken waren levenloos. Hengelaars kwamen er niet meer, want de vis was uitgestorven. De mens had dit over zichzelf gebracht."

Leerling-verteller
Op een dag vertelde meester Iven een verhaal. Het kwam regelrecht uit "Dode lente". Ik zat op het puntje van mijn stoel. Knap hoe hij voor ons het boek samenvatte. We genoten van zijn verhaal, maar ik luisterde ook als een leerling verteller naar hem. Ik kende de tekst, zoals ik deze had gelezen. Hij gebruikte eigenlijk alleen de inleiding van Carsons boek. Ik kreeg door hoe hij ons, als boerenkinderen, aansprak op wat we al wisten. Zijn kijk op de dingen gaf beroering. Hij kende als dorpsmeester ons huiselijk leven als geen ander. Iedereen in de klas had tijdens Ivens vertelling het kippenhok, varkenskot, de melk- of koeienstal of haag of beuk in zijn of haar eigen omgeving voor ogen. Hij wijdde uit over wat we zo goed kenden. We griezelden bij de gedachte dat de dood van een koe of het verdwijnen van madeliefjes in het weiland misschien wel kwam omdat onze vaders met gif hadden gespoten. De stiltes in zijn verhaal waren om te snijden. Hij luisterde dan of hij een vogel hoorde fluiten. Tijdens zo'n stilte hoorden we alleen af en toe een auto voorbijrazen. Geen rampenfilm heeft op mij later meer indruk gemaakt, dan Ivens vertelling toen. Met zijn handen in de zakken van zijn veel te wijde broek wapperde hij ijsberend door de klas. Zijn onrust, omdat geen vogel wilde zingen, ging bij ons door merg en been. Hij floot slecht, maar toen was elk geluid waarmee hij een vogel nabootste, een verademing. Hij gaf ons hoop. Hij declameerde in zijn verhaal het gedicht Gierzwaluwen van Guido Gezelle.

Gierzwaluwen
(Cypselus Apus)

'Zie, zie zie,
zie! zie! zie!
zie!! zie!! zie!!
zie!!!

tieren de
zwaluwen,
twee - driemaal

drie,
zwierende en
gierende:
'Niemand, die...
die
bieden den
stiet ons zal
Wie? wie? wie??
wie???'

Piepende en
kriepende,
zwak en ge-
zwind;
haaiende en
draaiende,
rap als de
wind;
wiegende en
vliegende,
vlug op de
vlerk,
spoeien en
roeien ze
ringsom de
kerk.

Leege nu
zweven ze, en
geven ze
bucht;
hooge nu
hemelt hun'
vlerke, in de
lucht:
amper nog
hoorde ik... en
die 'k niet en zie,
lijvelijk zingen ze:
'Wie??? wie??? wie?
Wie...'

Improviseren
Als Iven vertelde was geen vorm hem vreemd. Tijdens zijn vertellingen zagen we hem improviseren. Hij kon als hij een verkeerde weg was ingeslagen, plotseling achter zijn bureau gaan zitten. Als een verslagen man zat hij dan letterlijk met zijn handen in het haar. Hij streek zijn haren naar achter. Soms zette hij zijn bril af en wreef dan woest over zijn gezicht. Op dat moment was bij ons de spanning te snijden. We zaten stokstijf aan onze banken gekluisterd. Op zulke momenten leerden we onszelf respect te hebben voor iemand die in zijn verhaal blijft steken. Al doende vonden we het heel natuurlijk als hij zijn verhaal even kwijt was, want we wisten dat hij na zo'n kleine onderbreking sterker zou terugkomen.

Armen en benen geven
Maar hij deed nog meer. Hij gaf aan begrippen als microbische pesticide, DDT, herbiciden, een Japanse kever die per ongeluk de Verenigde Staten binnenkwam en chromosomen een persoonlijke betekenis. Het werden karakters. Iven deed dat vooral als de zakelijke betekenis van een begrip wat moeilijk uit te leggen was. Toen ik later de wetenschappelijke betekenis van deze begrippen leerde was zijn manier van uitleggen eerder een steun dan een sta-in-de-weg voor mijn studie. Na de lagere school liep ik wel eens met hem op. Hij kwam dan in z'n eentje als een eenvoudig geklede jager met een (k)wispelturige jachthond voorbijlopen. Uit de weinige woorden die we dan wisselden, begreep ik dat hij zijn omgeving als een allegorie beschouwde: alles hing samen met alles. 

Hij kende de beelden
Meester Iven wist op een bijzondere manier van wat we kenden en van wat vreemd voor ons was te verbinden. Een koe stond niet alleen voor een beest, maar was voor velen van ons de reden van het boerenbestaan. Ivens vertelkracht zat hem vooral in het feit dat hij deed alsof hij iedereen en alles uit het verhaal, zelfs de schurken, persoonlijk kende. Hij kende de beelden, de woorden kwamen dan vanzelf. Een aantal verhalen vertelde hij elk jaar weer opnieuw. Van mijn broertje en zusje hoorde ik, toen zij bij hem in de klas zaten, die verhalen terug. Altijd had hij nieuwe feiten en kleine veranderingen in de gebeurtenissen aangebracht. 

Zijn verhalen leefden met hem mee.

Bram van der Wurff is verteller en geeft trainingen in het vertellen van verhalen.


Dit artikel komt van de website www.ervaringsgerichtonderwijs.nl en is eerder verschenen in Egoscoop, tijdschrift voor ErvaringsGerichtOnderwijs in Nederland.